dinsdag 20 januari 2009

ik laat me vallen uit een boom
kriebels maken mijn buik zwaar
om me heen
voel ik een intens zachte huid
maar van welke stof deze is
vraag ik me niet af
want ik weet het
mijn ogen vallen langzaam dicht
en ik zie meer dan ooit tevoren
langzaam zwaarder wordend
valt mijn hoofd naar achteren
zodat ik koprollen begin te maken
en mijn hele lichaam weer samensmelt





Dit werk hangt in een zwart, donker hok, met zeer weinig licht. Het is een werk van gips dat je (omdat je ogen aan het donker moeten wennen) pas na een minuut of langer langzaam op ziet doemen. Je blijft je steeds afvragen wat je precies ziet.
als een kaars
woeker ik aan en uit
stilzwijgend uit ik mijn emoties
laat ze varen
tot hoog in de lucht
waar ik zweven kan
op plekken waar ik ooit
of nooit ben geweest
de kaars die hoog zijn vlam spuwt
belicht miljoenen herinneringen
puur en onbetast
zij geven mij oneindigheid
waarin ik eeuwig vliegen kan

als de ochtendgeur van een nieuw jaargetijde



Mijn werk gaat over oneindigheid. Alles is één. Iedereen ademt dezelfde lucht in. Wanneer iemand sterft, wordt er op het lichaam verder geleefd en de ziel zal eindeloos verder bestaan. Dit geeft voor mij rust. Een rust in mijn hoofd en een rust in mijn lichaam. Het 'zweeft'. Met eindeloosheid kun je vliegen. Ik althans. Dit is mijn geloof, dus het is waar. Iedereen heeft een eigen geloof, een eigen gezichtsveld. Wat men ook gelooft of ziet, het is waarheid voor diegene, ook al kan het enorm van een ander verschillen.
Ik wil met mijn werk een bepaalde 'rust' neerzetten. Een 'illusie', je weet wat je ziet, maar je weet het niet zeker. Maar wat je ziet en voelt is 'waar', want je ervaart het. In mijn werk wil ik mensen 'omvangen', een soort koepel waar je jezelf in kunt laten varen. Een 'ervaring' laten beleven. Stilstaan bij het bekijken en het beleven van het werk is iets wat ik belangrijk vind.